donderdag 13 juni 2019

Verloop
















Aan de ene kant is het best wel fijn dat Nederland open staat voor tal van invloeden van buitenaf, van over de grens zogezegd. Dat merk je aan het straatbeeld, in de politiek, aan het voedsel dat wordt aangeboden in allerlei winkels en op markten, aan het feit dat je je nagenoeg (in de steden althans) overal in het engels verstaanbaar kunt maken en aan de aanwezigheid van vele internationaal opererende ondernemingen. Ook op het gebied van kunst, cultuur, innovatie en media levert Nederland door die openheid bijdragen die opvallen qua kwaliteit en durf. En je merkt het ook in het dagelijkse taalgebruik. In tegenstelling tot landen als Frankrijk en tot het Vlaamse taalgebied, worden met gemak begrippen en woorden uit andere talen (vooral uit de engelse taal) gebezigd en redelijk snel ook normaal gevonden. Zo hoor je praten over megabytes, downloaden, screen saver, servers, providers, design, bachelor, cappuccino, fast food, prime time, trendy, column, air miles, guilty pleasure en nog veel meer. Helemaal vreemd is dat niet. Nederland is een klein land en de geschiedenis heeft er ook toe bijgedragen dat allerlei woorden van oorsprong niet Nederlands waren en toch volop werden geïmporteerd en gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan toko, senang, nasi en maling uit het Indonesisch en een waslijst aan woorden uit het Frans, zoals administratie, bureaucratie, centrifuge, corruptie, crediteren, marcheren, monteren, chargeren en stationeren. Zij het dat achter de werkwoorden in veel gevallen 'en' aan het eind werd geplakt.
   Aan de andere kant leidt die openheid ook tot nogal snelle inburgering van woorden en uitdrukkingen die veelvuldig voorkomen in zowel straattaal als in de media. En wanneer je die te pas en te onpas hoort zie je een soort verloop in het 'gewone' taalgebruik. Gedurende lange tijd viel mij op hoe mensen een opmerking of zin afsloten bij een gesprek en ook bij het beantwoorden van een vraag met als laatste opmerking 'dus' of 'niet dan' en 'of zo'. De laatste tijd vallen mij andere woorden op die met het grootste gemak en nogal vaak worden gebruikt: 'je kut voelen', 'iemand framen', 'helemaal top', 'roller coaster', 'je momentje pakken', 'fock it', 'het kan niet zo zijn dat' en ga zo maar door. 'Mobieltje' is er ook zo een, net als allerlei andere woorden die mensen graag verkleinen, 'kopje koffie' en 'glaasje wijn'. Voeg daar nog het vermaledijde 'gezellig' aan toe en het feest is compleet. Een soort verloop in de taal waar je niet meteen blij van wordt. Zo is het nu een mode verschijnsel om in beeld met beide handen een hartje te vormen. Net zo opvallend als dat een flinke tijd geleden mensen begonnen om met beide handen en bewegende vingers aanhalingstekens na te doen. Daarmee 'zogenaamd' bedoelend. Of met gespreide duim en pink bij je oor aangeven dat je een telefoongesprek voerde. Dat hartje zal dan wel een samenvatting zijn dat alles in orde is of een eenvoudige manier om je beperkte kijk op de dingen vorm te geven. Zou kunnen.
   Ben benieuwd wanneer het moment aanbreekt dat we de motoriek van een robot gaan imiteren of gebaren gaan maken wanneer je het over een zelf rijdende auto hebt (armen over elkaar?). Dat zal per land ook nog voor verrassingen zorgen. Nu al moet je - over de grens - uitkijken welk gebaar je maakt om te zeggen dat iets lekker is, om aan te geven dat iemand pienter is of dat je je goed voelt. Italianen hebben wel 65 verschillende handgebaren om hun uitspraken als het ware van ondertitels te voorzien. Sla een Italiaan in de handboeien en hij of zij kan eigenlijk niet meer normaal praten. In ieder geval blijft er in Nederland werk voor degenen die woordenboeken toetsen op hun actualiteit en zich af moeten vragen of een bepaald woord of een bepaalde uitdrukking de vermelding in een woordenboek gaat halen of er juist weer uit moet. Eveneens door toedoen van diverse media heeft het verloop van taal ook voor verrijking gezorgd, denk onder andere aan 'oudere jongere', 'doemdenken' en 'lullig'.

( zie ook: nos.nl/artikel/2316448-10-jaar-taal-nederlands-raakt-steeds-meer-versplinterd.html )


maandag 10 juni 2019

Verhuizen


Niet zo lang geleden uitte ik de wens geen verhuisdoos meer aan te hoeven raken. Ha, wensen gaan lang niet altijd in vervulling is gebleken. Met redelijk veel plezier woonde ik vijf jaar achtereen in een gedeelte van een stadskasteel in Anduze. Grotendeels met mijn dochter en van daaruit ben ik ook heel wat keren heen en weer gereisd naar het vliegveld bij Marseille om mijn Italiaanse vriendin in de buurt van Rome te bezoeken. En dan weer terug naar huis. Een appartement met hoge plafonds, grote ramen rondom, een flink atelier, modern sanitair en een gerenoveerde keuken, niet gek! Maar wel gehuurd, het was geen eigendom. En dankzij hulp van de franse regering kon ik daar rondkomen, zij het soms met moeite. De helft van de maandelijkse huur, de kosten voor een aanvullende zorgverzekering en een deel van de energiekosten, ook om het huis te verwarmen, kwamen voor rekening van de overheid. Totdat mijn dochter 21 werd.
   Pas maanden later kwam ik er achter (door huurschuld) dat al die bijdragen waren komen te vervallen. Dat overrompelde mij en ik werd overmeesterd door een soort paniek gevoel. Hoe in godsnaam verder met slechts een klein pensioen inkomen, waarvan ruim 80 procent zou opgaan aan vaste lasten. Daar kwam nog bij dat mijn dochter zou verhuizen naar een andere stad voor studie en ik in mijn eentje een veel te groot appartement zou bewonen. Het kostte mij slechts enkele dagen om een rigoureus besluit te nemen: inpakken en wegwezen. Waarheen? Dat wist ik nog niet. Verhuizen naar Italië was geen optie omdat het huis van mijn vriendin geen extra bewoner kan huisvesten en zij zelf bovendien niet de makkelijkste persoon is om plotseling mee te gaan samenwonen. Eerst maar eens alles opruimen, inpakken en opslaan op een daarvoor bestemde plek. In dat opzicht heeft verhuizen een goede kant. Je bij ieder ding dat je beetpakt je afvragen of het bij jou moet blijven in de toekomst of niet. Wat ook hielp was de beperking dat je met een gewoon rijbewijs een busje kunt huren tot 20 m3 volume. Dus hield ik mij ook bezig met het meten van ieder voorwerp en het optellen van de volumes aan verhuisdozen, om zodoende onder die 20 m3 te blijven en dat lukte. Daarvoor was het wel noodzakelijk om zithoek, eettafel en bijbehorende stoelen, piano, kasten, kantoorstoelen, lampen, Indonesische sculpturen, ladekasten, enkele bedden en nog wat spullen van de hand te doen. Deels via een franse marktplaats on line en deels via verkoop aan een winkel voor tweedehands goederen.
   Al met al was ik twee maanden bezig met deze operatie, eveneens met het inventariseren en inpakken van alle schilderijen en tekeningen. Tegelijkertijd had ik mij aangemeld bij een web site waar ze zoeken naar mensen die op huizen willen passen. Meestal omdat de eigenaren huisdieren en/of andere beesten hebben, die tijdens hun afwezigheid verzorgd en geamuseerd moeten worden. Honden, katten, ezels, paarden, kippen, geiten, van alles kwam er langs op die site. Gelukkig vond ik een adres, niet heel ver van Anduze vandaan, waar ze geen beesten hadden en gewoon een oppas/bewaker wilden voor een periode van 7 maanden, dat sneed hout! En ja hoor, ze kozen mij uit om die taak op mij te nemen. Zo kwam ik terecht in een dorp waar je een kanon kunt afschieten zonder een slachtoffer te maken. Geen goede plek voor terroristen. Een huis met royale keuken, een open haard, een atelier en een tuin, alhoewel je daar niet veel aan hebt gedurende de wintermaanden.
   Die open haard (zo eentje met een glazen deur ervoor) was een farce, die verwarmde slechts de schoorsteen en de buitenlucht. Ik ging uiteraard niet op het dak zitten om mijzelf te verwarmen. Het moment dat de winter echt begon ontving ik van vrienden in Amsterdam een doos met warme kleding, waaronder een paar vesten. Zij hadden begrepen dat ik het best koud had daar en mijn eigen winterkleding zat in een opslag ver weg. Een van de (dikke) vesten werd mijn favoriet en die heb ik nagenoeg versleten die winter. Het ergste diezelfde winter - behalve de stilte om mij heen - was het verlaten van de douche om af te drogen. Van pakweg 40 graden warm water naar 10 graden koude lucht in de slaapkamer, wat een overgang, brrr. Alleen leuk wanneer je een sauna bezoekt, dan ben je daarop ingesteld en dat doe je bovendien niet elke dag. Aanvankelijk en aan het einde van de rit heb ik daar in de oppas woning ook nieuw werk geschilderd. Midwinter kreeg ik bevroren handen (voor mijn gevoel ten minste) wanneer ik in het onverwarmde atelier aan het werk ging. De woonruimte had verwarming, een soort van warmtepomp, maar qua capaciteit was dat niet voldoende. Met moeite haalde ik 19 graden overdag en dat is niet veel wanneer je stilzit en wanneer je wat ouder begint te worden. Het lange verblijf op Bali zal ook invloed hebben gehad. En het feit dat ik ben geboren bij een buitentemperatuur van 33 graden. Hoe dan ook, ik had onderdak voor ruim een half jaar en doodde de tijd met films kijken, koken, onkruid trekken in de tuin en boodschappen doen. Saai was het wel, dat moet gezegd.
   Enkele maanden voordat de oppas termijn verstreek had ik mij aangemeld bij een web site van de franse overheid voor het zoeken van een sociale huurwoning in dezelfde omgeving. En ook bij een site waar ze mensen zoeken die - in ruil voor onderdak en eten - part-time willen assisteren bij een verbouwing of voor het onderhouden van een tuin of een landgoed. Daar rolden een aantal contacten uit, die waren echter niet op maat. Verder zocht ik on line en bezocht ik met enkele makelaars een appartement in de omtrek. Die vielen stuk voor stuk tegen of waren eenvoudigweg te duur om te huren. Tegen de tijd dat ik mij zorgen begon te maken voor het vinden van nieuw onderdak (enkele weken voor het verstrijken van de afgesproken termijn) kreeg ik onverwacht bericht van een instantie in Alès (een voormalige mijnwerkers stad) en die boden mij een eenkamerwoning aan tegen zeer schappelijke huur. Na bezichtiging heb ik meteen ja gezegd, ook om te voorkomen dat ik op straat kwam te staan en/of eeuwigdurende logeerpartijen tegemoet zou gaan zien. Met gebruikt hout (uit het kasteel) dat ik in de opslag had, heb ik een keuken en kasten getimmerd. Van een drieluik een kamerscherm gemaakt en na een week flink aanpoten kon ik verhuizen en mijn intrek nemen in dat kleine, maar knusse appartement en daar woon ik tot op heden. Wel met de gedachte dat ik de verhuisdozen beter nog even kan bewaren.