zondag 27 april 2014

Namen noemen



De afgelopen twee maanden heb ik - met veel genoegen - verschillende boeken van de hand van schrijver en columnist Martin Bril gelezen op mijn eerste generatie en daardoor best zware iPad. Maar hij doet het na vier jaar trouwe dienst nog prima, dat is het goede van Apple producten, ook al zijn ze niet voordelig in aanschaf. Bijna elke avond zat ik een uurtje voor het slapen gaan lekker onderuit gezakt tegen een stapel kussens op mijn oude Ikea bed, met een glas Calvados van Père Magloire onder handbereik en de iPhone met het geluid uit op het nachtkastje. Genietend van zijn opgetekende belevenissen in Nederland en in Frankrijk, zijn scherpe observaties, de soms wrange humor en het telkens maar heen en weer reizen van huis naar buitenhuis, al dan niet in zijn Volvo. Daarna ben ik begonnen aan de boeken over Evelien, uitgegeven door Prometheus. Die lezen lekker weg maar kunnen mij minder boeien. Gaan iets te veel en te vaak over het leven in Amsterdam Zuid, de ledigheid van het bestaan, witte wijnen, lastige pubers, uitbundig shoppen, jaloerse vrouwen en wellicht interessante mannen. Een langzame soap serie in mijn ogen.
Uitgerekend nu is hij dagelijks in het nieuws deze week, met name in De Volkskrant, de krant waar hij zelf voor schreef de jaren voor zijn dood. Vijf jaar na zijn overlijden verscheen kortgeleden een boek over hem, De schelmenjaren van Martin Bril, uitgegeven bij Meulenhoff en was er op televisie bij de Vara een boeiende documentaire over zijn bestaan: Enfin, getiteld naar een van zijn favoriete stopwoorden. Die uitzending kon ik terugkijken op het scherm van mijn MacBook Pro. Aan de hand van interviews met verschillende mensen en door archiefbeelden waarin hij zelf figureerde krijg je een beter beeld van wie meneer Bril nu eigenlijk was. Of eigenlijk wilde zijn. Vooral zijn veelzijdigheid liet niets te wensen over, maar die ging ook gepaard met diepe dalen en oplopende frustraties. De biografie heb ik nog niet gelezen, maar het verschijnen ervan heeft al een hoop stof doen opwaaien. Bril wordt door sommigen gezien als handelsreiziger, in navolging van zijn vader, maar dan in woorden. Begrippen als product placement en move the product duiken ineens op in de beschouwingen over hem. De een beweert dat hij allerlei deals had gemaakt met Volvo om gratis auto te rijden. Met de KLM om gratis van Toulouse naar Amsterdam en weer terug te vliegen voor behandeling van zijn ziekte. Met een restaurant in Utrecht om gratis mee te kunnen eten met het personeel daar, enzovoorts. Anderen beweren dat die product placement wel mee viel, omdat hij ook BMW en Mercedes heel vaak heeft genoemd in zijn teksten en Bril had niet een garage vol opgepoetste auto's. De KLM kwam slechts zijdelings - via observaties - ter sprake, niet opvallend. Misschien dat zijn kleding nog het meest in het oog sprong. Mooie overhemden die hem een dandy uiterlijk bezorgden, maar daar schreef hij voor zover ik weet niet of nauwelijks over. En wanneer je zijn column of een van zijn boeken las, dan zie je daar niks van. Hij zou wanneer hij nog geleefd had vast en zeker gevallen zijn op de fraaie schoenen van Mascolori in Rotterdam. In ieder geval is het mij de afgelopen maanden geenszins opgevallen dat hij bewust allerlei productnamen zou noemen ten gevolge van gesloten deals. En dan nog. Als schrijver, performer en columnist stond hij midden in het dagelijkse leven. Reclame voor topmerken op billboards, in drukwerk, op abri's, via web pagina's en op televisie wordt er bij ons allemaal ingestampt en dan is het geen wonder dat aan zijn brein namen als ABN AMRO, Albert Heijn, Douwe Egberts en McDonald's ontsproten. Je kunt er niet onderuit, helemaal niet wanneer je kris kras met de auto door Nederland reist. In dat opzicht voel ik een lichte verwantschap met Bril.
   Enkele decennia geleden vond ik bij boekhandel De Slegte allerlei vrolijk gekleurde geografische puzzels, waaronder die van Nederland. Ik sloopte het voorgesneden geheel totdat ik een verzameling brokstukjes had die samen Nederland hadden gevormd. Nu zag ik stukjes Noordzee, fragmenten van de grote rivieren, halve plaatsnamen en soms hele, begrenzingen, bossen, autowegen en veel agrarische gebieden. Dan ziet het land er ineens veel interessanter uit en dat vraagt weer om verkenning. Zo deed ik al die stukjes in een plastic zak en wanneer ik reislustig was of gewoon zin had om die dag de deur uit te gaan, trok ik met mijn ogen dicht een stukje van die puzzel uit de plastic zak. Vervolgens reed ik met mijn tweedehandse SAAB naar het gebied dat zich tot aan de randen van het puzzelstuk uitstrekte.
   Als Nederlander kun je die klus klaren, stel je voor dat ik alleen de puzzel van Duitsland of Frankrijk in handen had, dan was ik non-stop onderweg geweest. Of heel Europa, want die puzzel had ik wel. Het gevolg was dat ik de gekste plekken van Nederland heb bezocht en voor een deel daarover heb geschreven (De Grondverf: Het versnipperde geheel). Naast Europa bezat ik ook de puzzels van de meeste werelddelen en daarmee amuseerde ik mij door het puzzelstukje met Amsterdam en omgeving passend te leggen in een ander werelddeel. Dan had ik naar de grens tussen Canada en Noord-Amerika gemoeten. En naar het grensgebied van Mongolië en China. En naar verschillende landen aan de oostkust van Afrika.
   De loop der dingen bepaalde echter dat ik in Azië terecht kwam, in Indonesië. Een land dat in meerdere opzichten een hele grote puzzel is. Alleen al door de 17.000 eilanden, nergens raakt Indonesië het vaste land. Ieder eiland of een gedeelte daarvan is een puzzelstuk op zich. Maar ook de cultuur, de taal en de politiek vormen samen een grote puzzel die je nooit passend krijgt, tenminste ik niet. Reclame is daar trouwens helemaal ingebed in het dagelijkse leven. Grote merken als Yamaha en de BCA bank sponsoren veel bekeken televisieprogramma's. Bijna iedere winkel of toko houdt de zon buiten de deur met (soms) verschoten spandoeken waarop bijvoorbeeld de bekendste sigarettenmerken als Sampoerna en Djarum prijken. En Marlboro natuurlijk, veel Marlboro. Of de frisdranken Teh Botol en Coca Cola. De welbekende M van McDonald's steekt op vele plaatsen boven de palmbomen uit. Samen met de hooggeplaatste logo's van Toyota en Nissan ontstaat er zo een nieuw tropisch woud, een jungle van reclame. Je zou echt met je ogen dicht moeten rijden om die guerrilla van product placement te ontlopen. Of - om in Martin Bril's termen te spreken - een extreem donkere zonnebril moeten opzetten, à la Jack Nicholson. Sommigen zien minder van die reclame omdat ze een auto met chauffeur hebben en de zijramen hebben laten beplakken met de donkerste folie die er bestaat. Dan besef je werkelijk niet waar je bent, geen aantrekkelijk idee.
   Door mijn verhuizing naar Azië moest ik niet alleen mijn Miele wasmachine en mijn Burco herenfiets verkopen, maar ook de verdere verkenning van Nederland opgeven. Best wel jammer en mede daardoor denk ik met aandacht en genoegen te lezen over de tochten en uitstapjes die Bril wel heeft kunnen maken. En uiteindelijk ben ik nu terechtgekomen in het land waar hij zo graag over schreef: Frankrijk. Rondrijdend in mijn Citroën verslind ik nu de reclameborden die her en der langs de weg zijn geplaatst. Intermarché, Leclerc, Super U, Lidl, Peugeot om een paar namen te noemen. Gelukkig voornamelijk wanneer je een stad nadert en (nog) niet midden in de natuur. Daar zie je alleen verkeersborden die bijvoorbeeld waarschuwen voor overstekend wild. Geen idee eigenlijk wat je moet doen wanneer plotseling een hert schichtig oversteekt of een wild zwijn pal in je koplampen wil gaan kijken. Op tijd remmen en stilstaan lijkt mij niet haalbaar, dus kun je je beter verheugen op een flink beest aan het spit. Doet mij denken aan de afloop van de verhalen over Asterix en Obelix, nu wij het toch over Frankrijk hebben. Santé, ik schenk mijzelf eens een Heineken in (een Bintang in Indonesië), het is nog te vroeg voor wijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten