zondag 16 maart 2014

Dictee

dic·tee (hetomeervoud: dictees)1oefening in het zonder spelfouten schrijven van het gehoorde


Op de lagere school, nu basisschool geheten, kreeg menigeen al snel koude rillingen wanneer de leerkracht zei: morgen krijgen jullie een dictee. Dat kon nog erger worden in het voortgezet onderwijs, gezien de moeilijkheidsgraad die ieder jaar toenam. En vooraf had je geen flauw idee omtrent de inhoud die je kon verwachten. Een raar iets dat dictee, helemaal wanneer je let op de omschrijving in het Van Dale woordenboek: het zonder spelfouten schrijven van het gehoorde. Dictee klinkt voor mij dan als dik-thee en dat doet denken aan ingedikte thee, een extract van normaal gezette thee in droge of vloeibare vorm. Of thee met heel erg veel opgeloste suiker, waardoor de drank stroperig en kleverig wordt, gelijk honing. Maar dat wordt vast en zeker niet goed gerekend. Dictee klinkt ook als familie van dikwijls, dik doen, dikker enzovoorts. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hebben wij het woord dictee te danken aan de Franse taal, die zeggen 'dicter' voor dicteren zoals wij 'marcher' hebben geleend voor marcheren en 'démonter' voor demonteren. En zo zeggen diezelfde Fransen 'dictée', met een accent 'aigu'. In Nederland wordt ieder jaar het Groot Dictee der Nederlandse taal gehouden onder meer of minder bekende personen en het is frappant dat ieder jaar op rij de Belgische kandidaten de beste resultaten behalen. Die hebben of minder last gehad van die koude rillingen op school vroeger of de leerkracht ging aldaar met een zweep langs de schoolbanken om de juiste spelling erin te slaan. Ik zou het aan een buurman moeten vragen.
   Zelf zal ik een zin uit een dictee op de lagere (jongens)school nooit van mijn leven vergeten: de zeeman haalde een bal uit zijn zak en gooide die hoog op. De hele klas schreef braaf, niemand vertrok een spier en ook de leerkracht keek alsof die zin de gewoonste van de hele wereld was. Vreemd, want ik zag die zeeman al staan, wijdbeens op de kade, jonglerend met zijn teelballen en vroeg mij af of dat niet een heel pijnlijke en eventueel onherstelbare handeling was. Ik was als prepuber te verlegen om direct te reageren, laat staan om opheldering te vragen (Meester, ik snap er de ballen niet van). Maar een rare zin bleef het tot nu toe.
   Het Groot Dictee uit 2013 kon mij niet bekoren. Een bejaarde Nederlandse komiek, die ook regelmatig grappige boeken schrijft, had zijn hele gereedschapskist aan taalmiddelen op dat dictee losgelaten. Met als resultaat een tamelijk onsamenhangend verhaal met uitdrukkingen en schrijfwijzen waar zelfs de Belgen nog nooit van hadden gehoord. Dan wordt dat dictee een voetbalspel met de harde noppen aan de binnenkant van je schoen. Hardlopen op smeltend asfalt. Wielrennen zonder zadel op je fiets. Douchen met je kleren nog aan. Niet leuk in elk geval, zo een dictee grenst aan sadisme. Je als samensteller stiekem verkneukelen op al die kokende hersenpannen en zwetende handen. Ik had die komiek in staat geacht met iets beters en leukers voor de dag te komen, een gemiste kans. Het wordt nu eens tijd dat een Vlaamse buurman de kans krijgt het Groot Dictee samen te stellen, talent hebben ze, dat begon al bij Paul van Ostayen, een Belgische woordkunstenaar die zijn tijd ver vooruit was.
   Qua (kwa) spelling heb ik de periode meegemaakt van vernieuwende experimenten. De letter 'c' werd in veel gevallen eenvoudigweg vervangen door de 'k', want zo klonk het. Echt diktee dus. Kritikus. Punktueel en zo nog veel meer. Enkele leraren Nederlands vonden het zelfs wel kunnen om zoveel mogelijk fonetisch te gaan schrijven, een ideale manier om de Babylonische spraakverwarring weer boven tafel te krijgen. Ik heb een tijdje meegedaan en gek genoeg gaat mijn voorkeur de laatste tijd uit naar traditionele spelling, soms zelfs nog volgens het oude Groene Boekje, niet eens de laatste versie. Op de middelbare school heb ik ook een leraar Nederlands gehad die extra inzet wist te waarderen en daarvoor punten uitdeelde. Had je een dictee helemaal foutloos opgeschreven en gaf je daarnaast nog uitleg omtrent varianten en dwalingen, dan kon je een 11 of een 12 halen als cijfer. Erg handig om je gemiddelde rapportcijfer op peil te houden wanneer je wel eens een misser had gemaakt. Bij diezelfde leraar had zich een keer een merkwaardig incident voorgedaan. Een van mijn klasgenoten had geen haar op zijn hoofd (doet mij meteen aan een van de bekende uitdrukkingen denken) en droeg ter camouflage een pruik. Implant en iets geavanceerdere technieken om een pruik op zijn plaats te houden bestonden toen nog niet. Dus zorgde zijn bril ervoor dat die pruik op de juiste plek bleef zitten. Nu had die jongen de gewoonte - achter in de klas gezeten - om met zijn stoel te wiebelen en op twee poten te balanceren. Zijn hoofd rustte tegen de muur. Die leraar Nederlands zag dat gewiebel, het irriteerde hem en hij gebood die klasgenoot om op vier poten te gaan zitten. In die tijd waren schoon gemetselde muren met bakstenen in zwang, die hadden een wat ruige structuur. Op het moment dat de jongen met zijn stoel naar voren kwam, bleven zijn pruik en zijn bril achter op die ruwe muur. De leraar aanschouwde dit tafereel, wist van niks en dacht dat die jongen gescalpeerd werd om de een of andere reden. Hij zeeg ineen achter zijn lessenaar op een podium en was volledig buiten kennis. Schaterlach van de hele klas en een glas water brachten hem weer op de been. Hoeveel extra punten die actie had opgeleverd kan ik mij niet meer herinneren.