vrijdag 17 september 2021

Zeilreis in Griekenland


Waldemar en Wig










Eind augustus en begin september 2021 was ik te gast op de catamaran van schipper Waldemar de Vries (hierna aangeduid als W.) en bij deze een groot deel van mijn indrukken van onze zeilreis naar verschillende Griekse eilanden, begonnen op Kos en eindigend op Samos, met onderbrekingen op Pserimos, Kalimnos, Leros, Arki en Ikaria.

W. zit vol verhalen en anekdotes door zijn reizen in Afrika als reisleider en ook door zijn werk daarna als cameraman voor verschillende TV-producties. We hebben elkaar 15 jaar geleden leren kennen op Bali, waar ik toen woonde. Vertrouwd als we met elkaar zijn, waren alle dagen zeer onderhoudend, gevoed door goede en/of indrukwekkende herinneringen en door het feit dat W. duidelijk uitlegt hoe het zeilen in zijn werk gaat. Door zijn levenservaring durft W. zonder schroom op iemand af te stappen en zo heeft hij - merkte ik - in relatief korte tijd in Griekenland al heel wat mensen leren kennen, zowel Grieken als buitenlanders.

De reis begon al heel plezierig omdat W. mij per huurauto ophaalde van het vliegveld op Kos. Meteen naar de catamaran gereden en daar maakte ik kennis met het fenomeen loopplank, omdat de boot achterwaarts aan de kade van die haven was afgemeerd. Best eng wanneer je stoepen en trappen gewend bent om ergens naar binnen te gaan. Maar alles went. De volgende dag voorraad ingeslagen in een goed verzorgde supermarkt, waar je flink kunt puzzelen vanwege de etiketten in het Grieks. We gingen er van uit dat we regelmatig zouden koken aan boord. Dat is slechts enkele keren gelukt, wat wil je, met een enorme keur aan restaurants aan wal. Evengoed de barbecue gebruikt en 'Maki' gegeten, want W. had alles aan boord om ook smakelijk Japans te kunnen eten! 

Nancy en Wig

Dezelfde dag zijn we op de motor gevaren naar het eiland Pserimos en daar in een baai voor anker gegaan. Zo leerde ik de eerste handelingen om het zware anker te bedienen en waar op te moeten letten. W. is een heel goede leermeester. Met de verrekijker per ongeluk een zeer aantrekkelijke dame op het strand gespot, 'food for the eye' zogezegd. Per rubberboot gingen we aan wal en eten bij restaurant 'Sunset' en van daar (na eten te hebben besteld) maakte ik als apéritief een korte wandeling richting die dame. Ze zat er nog met een boek op schoot en ik sprak haar aan met de vraag welk restaurant aan het strand haar het beste was bevallen. Eentje vlakbij zei ze, ze had daar geit gegeten en... ze deed aan yoga, begon over Bali en ook over haar 'master' opleiding in Amsterdam. Plotseling hadden we veel raakvlakken en zij sprak goed Engels, terwijl ze Grieks was. Nancy was haar naam. Ze hield enorm van lezen, ook en vooral over de oudheid, maar het werd te donker om nog verder te kunnen lezen. Dus nodigde ik haar uit om naar onze tafel te gaan om met ons mee te eten en zo hadden we samen met W. een genoeglijke avond, zij kletste honderd uit (vooral over de Griekse geschiedenis en mythologie, daar was ze heel goed in thuis) en we waren zonder meer nieuwsgierig naar elkaars doen en laten.

De volgende dag naar Kalimnos gevaren en daar voor anker gegaan in een bescheiden haven. De havenmeester aldaar zag er uit als een heuse kapitein met een gigantische snor en verkocht tevens natuurlijk gevormde sponzen. In een restaurant bij de haven toonde W. video's aan de vrouw die ons de maaltijd serveerde, opnamen die hij of zijn passagier tijdens een eerder bezoek had gemaakt, tot grote vreugde van al het personeel. De dag erop naar Leros gevaren, met als voornaamste reden een bijzonder restaurant op de heuvel om daar te gaan eten. We zaten op een overdekt terras met uitzicht op het water en het viel mij op dat ik moest wennen aan het feit dat die plek stilstond. Meerdere malen wenste ik dat het terras zou gaan wiebelen, net als op de boot. Fantastisch gegeten, combinaties van pittig en zoet en gewaagde kleuren voedsel, waaronder zwarte 'Tzaziki'. We zaten temidden van een aantal ouderen en een Grieks stel met kind. De vader dusdanig breed, groot en wild ogend, dat je met hem beter geen ruzie kon maken en dat deden we ook niet.

Wat een heel goed gevoel geeft is - na het varen op de motor vanwege weinig of ontbrekende wind - het moment dat het lukt om snelheid te maken met gehesen zeilen. Het spoor achter de boot laat je zien en horen dat je best wel hard gaat, bijna 8 knopen soms (iets van 15 kilometer per uur). "We zeilen", riep W. de eerste keer, ik keek hem verbaasd aan en toen pas besefte ik dat de motor uitstond en we deden waar het allemaal om ging, zeilen! Gelukkig had ik geen last van zeeziekte, want de catamaran deinde flink mee op de golven, maar daar zijn pilletjes tegen heeft schipper W. mij verzekerd. Ik hoefde die niet te slikken. Tegelijkertijd en vooraf legt W. uit hoe alles te prepareren met de vereiste omzichtigheid, hoe de lijnen te verzorgen en de zeilen te behandelen. Ook bij het overstag gaan. En zo kom je automatisch de aan zeevaart gebonden begrippen in de Nederlandse taal tegen. Wind tegen hebben, de wind uit de zeilen nemen, tussen wal en schip geraken, iets voor de boeg hebben, een andere koers gaan varen, voor de wind gaan, alle zeilen bijzetten enzovoorts. De catamaran is wel heel bijzonder, gerelateerd aan andere boten. Je schommelt veel minder bij golfslag, er is best veel ruimte rondom en het is geinig wanneer je op het toilet zit om dan een school vissen langs te zien komen. Alsof je je behoefte doet in een aquarium, zou thuis ook leuk zijn!

Op Arki meerden we af in een schattige kleine haven aan de kade. W. heeft hier ooit een feestje veroorzaakt in een gemoedelijk restaurant en de boel stond toen flink op zijn kop. Hij kreeg iedereen aan het dansen. Dus gingen we daar bier drinken om onze dorst te lessen en om de eigenaar te begroeten. Een jolige man op leeftijd die enorm van muziek houdt en een zeer gevarieerde 'playlist' koestert. Uiteraard herkende hij W. meteen. Alhier rauwe, gemarineerde vis gegeten, die gepeperd en lekker was. Daaropvolgend gegrilde octopus en die was absoluut niet te vergelijken met de zachte octopus die we op Leros hadden gegeten. Een soort kauwgom met zeesmaak en dat gerecht hebben we niet eens voor de helft opgegeten. Kennelijk had deze octopus de noodzakelijke voorbereiding, door het beest herhaaldelijk op de rotsen te slaan, gemist. Het uitzicht vanuit het restaurant daarentegen was heel aangenaam en rustgevend. W. attendeerde mij op een leuk hoekje in de haven, een soort Madurodam met allerlei scheepjes, gemaakt van piepschuim. Die avond hebben we afgesloten met een barbecue op de kade in het licht van een dubbele straatlantaarn en zo waren we de taaie octopus al snel vergeten. Helaas zette W. een blikje bier aan zijn mond, welke de asbak bleek te zijn. Die vergissing hebben we niet nog een keer gemaakt!

Uitzicht bij Nas op Ikaria

Volgens de professionele weerkaart was er storm op komst de komende vier of vijf dagen. We gingen proberen het eiland Ikaria te bereiken bij harde wind, dat lukte en we verbleven in de luwte van de haven voor meerdere dagen, net als vele anderen. Zelfs in de luwte woei het behoorlijk en de boten in de haven bewogen danig mee. Ikeria is één van de zogenaamde blauwe zones, daar over iets meer. Er bestaan er vijf, in Italië (op Sardinië onder andere), Costa Rica, Japan en dus ook in Griekenland. Leidraad is een lang (en gezond) leven met het hoogste gemiddelde aan 100-jarigen wereldwijd. Leefstijl en rust zal ongetwijfeld een grote rol spelen, gezond eten en drinken, precies hetgeen dat wij veel minder plegen te doen. We lagen naast een Oostenrijks echtpaar en na een bier gezamenlijk (als dank voor zijn hulp bij het aanleggen) kwam de witte wijn op tafel. Onze tijdelijke buurman had 15 keer 5 literpakken Griekse witte wijn ingekocht, aan voorraad geen gebrek. Meteen onze heerlijke barbecue restanten kleingesneden en gepresenteerd: paprika, entrecôte en daarnaast een kaasplank met Griekse, Franse, Nederlandse en Italiaanse kaas. Uiteraard werd er - in de Duitse taal - veel nautische informatie uitgewisseld over soorten boten, weer-applicaties en technisch onderhoud op de verschillende eilanden. 

Maaltijd met Grieks-Italianen

De volgende dagen huurden we een auto om naar Nas aan de noord-west kant van Ikaria te rijden en om een collega/vriend van W. te gaan bezoeken. We boekten een kamer in een klein aangenaam hotel met een fraai uitzicht, aangeraden door die vriend, laat ik zeggen dat hij B. heet, terwijl we bij zijn huis op een heuvel waren neergestreken voor een apéritief bij ondergaande zon met uitzicht op een baai, niet verkeerd. Nu hadden we weer eens vaste grond onder de voeten en een bed dat niet heen en weer wiegt. In dat hotel verbleven we 3 nachten en één van de avonden stonden we stil - ondanks de zeer harde wind uit het noorden - bij het overlijden van de 96-jarige componist en activist Theodorakis diezelfde dag. Italiaans-Griekse vrienden van B. hadden ook ons uitgenodigd voor een gevarieerde maaltijd, aangevuld met muziek van de Griekse held en ook al woei je hoofd er bijna af, was het een prima avond. Ook ondanks het feit dat iedereen winters gekleed was, ik met een geleend vest. Behalve een grote Griek in t-shirt en met veel humor en fantasie, die had nergens last van.

Een eerdere avond hadden we tot laat een grappige wijnmaker ontmoet en vervolgens had ik op de boot met W. de wereld doorgenomen, zodat we om 4 uur 's nachts naar bed gingen. We waren uitgenodigd door de grappige wijnmaker om de volgende dag getuige te zijn van het persen van druiven om wijn te maken en dat persen deed hij door met rubberen laarzen aan in een grote stenen bak op de druiven te staan trappen. W. heeft ook even de laarzen aangetrokken, een tijdje staan trappen en gemerkt dat het persen best een zware klus is. Via een uitlaat en een zeef ving de wijnmaker's tante op leeftijd (80 jaar oud? 90 jaar oud?) het druivensap op in een grote Akzo-Nobel emmer. Iedere inwoner die kwam aanzetten was al op zeer hoge leeftijd, het bewijs dat Ikaria tot één van de blauwe zones kan worden gerekend. Uiteraard moesten we hun wijn proeven, sterk spul met een kleur die het midden hield tussen cognac en rosé. Voor de wijnmaker zelf was de wijn een soort brandstof, ieder half uur klokte hij een glas weg tijdens een perspauze.

Met W. erg gelachen nadat ik verteld had dat een bus in Rotterdam van het vliegveld naar het centraal station reed en een halte aandeed met de aanduiding 'vliegveldweg'. Geinig wanneer je het uitspreekt met spatie: vliegveld weg. Zo kwamen we op het idee van een moderne woonwijk met de straatnamen nooit weg, koelkast weg, vrouw weg, alles weg, huis weg, wasmachine weg enzovoorts. De laatste dag in Nas maakten we met B. en zijn vriendin T. een tocht naar het zuiden via een weg die doodliep naar een kiezelstrand en een begraafplaats. B. wilde ook een natuurlijk gevormd zwembad laten zien, maar daar stonden al veel auto's geparkeerd en mijn zwakke knieën zouden niet blij zijn geworden van een pittige afdaling te voet en vooral het terug klauteren over rotsen. Onderweg zagen we dat de Griekse vlag halfstok hing ter ere van de gestorven Theodorakis, een soort van doodlopend levenspad van de Griekse verzetsheld en muzikant. Onderwijl genoten wij van een goede lunch met gebakken vissen en lokale licht getinte wijn die meer op rosé leek. Weergekeerd in de kleine beschutte haven van Ikaria zagen we dat onze catamaran er prima bij lag. De Oostenrijkse buurman had goed opgepast, de lijnen naar de kade aangetrokken en de stootkussens enigszins verplaatst. Bovendien nodigde hij ons uit voor het avondeten en gelukkig hadden wij voor hen een fles sjieke droge witte wijn meegenomen van een wijnhuis aan de andere kant van het eiland. Het werd een vrolijke avond in een knusse kajuit en echt laat werd het toen we waren teruggekeerd op het achterdek van de catamaran en daar met zijn tweeën verder kletsten. 

Een schattige kiosk

De wind werd steeds heviger, te heftig om te gaan zeilen, windkracht 6 tot 7 met windstoten van 9 tot 10. De kans om de zeilen te beschadigen door rukwinden was te groot. Zelfs de beschutting in de haven hielp niet meer, de wind blies recht van voren vanuit het zeegat de haven in, een tamelijk onrustig beeld en iedereen had wapperende haren. Sommigen waren een zeil aan het repareren. We moesten nog wat geduld hebben om uit te kunnen varen. Gelukkig konden we via de buren makkelijk van boord en waren er op loopafstand winkels, een wasserette en café-restaurants met terrassen, ook al woeien de onbezette stoelen om. Tevens sigaretten en tabak gekocht in een schattige kiosk waarin temidden van de rookwaar een gezette en eveneens schattige dame zat. Via een heel klein luik om de klanten te bedienen had ik van haar en haar vrienden een foto gemaakt en vlak daarna vroeg ik W. om een foto van mij te maken in hetzelfde interieur. Ik vroeg of zij de foto's wilde hebben en dat wilde ze heel graag. Of ze dan ook die foto's mocht doorsturen naar haar vrienden. Ja hoor, geen probleem en ik kreeg een grote glimlach cadeau. Tot het volgende pakje 'Lucky Strike' dan maar. Het werd dus wachten op afnemende wind en eventueel op B. en zijn vriendin T. om de catamaran te aanschouwen en eventueel mee te varen naar Samos. Per ferry zouden zij dan weer huiswaarts kunnen gaan, want W. zou een tijd op Samos blijven tot de eerstvolgende boeking. Tijdens het schrijven op het achterdek klotsten de golven in de haven, gierde de wind met fluitgeluiden en lagen alle afgemeerde boten behoorlijk te schommelen. Niemand had zin om uit te varen en zo lagen er Finnen, Hollanders, Oostenrijkers en Grieken te wachten op betere weersomstandigheden. Als asbak gebruikten we een leeg bierblik met een laagje water, άλφα (Alfa) was het merk en dankzij de Griekse tekens weten we nu hoe je 'lul' schrijft in het Grieks: ∆V∆. Veel verder kwamen we niet echt, slechts 'kale nicht', 'jamas',  'ena' en 'enja', hetgeen ongeveer staat voor goedenavond, proost, één en negen. Voor het getal drie waren we niet zeker of het nou 'trio' of 'tria' moest zijn, ik denk 'tria'.

Paco (gitaar) en Franca (zang)

Zoals eerder gezegd, van zelf koken kwam niet heel veel terecht, dat gebeurde een aantal keren. Dat kwam natuurlijk mede door de zeer betaalbare restaurants. De porties waren dusdanig groot dat we vaak een gerecht deelden. Daarnaast wilden we ook steeds nieuwe gerechten uitproberen. Lokale vissoorten, pittige dips met kruiden en geitenkaas, kaas uit de oven en 'Fava', een moes gemaakt van erwten en geserveerd met uien en veel olijfolie. Zo aten we - niet ver van de haven vandaan gedurende de storm - in een restaurant met kleine tafels onder een dak van wijnranken in een heel nauwe straat. Terwijl we aan de 'Fava' begonnen, liep een glimlachend koppel voorbij en ze vroegen ons wat wij aan het eten waren. W. bood spontaan een stukkie brood met deze moes aan om te proeven. Later streken ze neer in hetzelfde restaurant en W. liet weten dat we de resterende 'Fava' mee naar ons huis, de boot dus, zouden nemen en dat zij welkom aan boord waren om iets te drinken en wellicht muziek te maken, want we vernamen dat ze muzikanten waren, gitaar (hij) en zang (zij). Ze gingen op die uitnodiging in, vonden de (enige) catamaran in de haven en zodoende werden wij verrast met een keur aan Braziliaanse (Portugese) liedjes en een enkel Spaans lied. Van oorsprong kwamen ze allebei uit Argentinië, maar ze woonden tegenwoordig ten zuiden van Barcelona. Zij (Franca) zong betoverend en hij (Paco) speelde subtiel en kundig gitaar. Gelukkig hebben we een aantal clips opgenomen met de telefoon en wonderwel was er tijdens het spelen minder wind en daarmee een zuiverder geluid. Tussen de liedjes door legde zij ook de (poëtische) betekenis uit van de gezongen teksten. Een onvergetelijke avond was het, ook voor onze Oostenrijkse buurman, die helaas soms niet zijn kop dicht kon houden en in het Duits door de muziek heen zat te wauwelen. W. verzocht hem vriendelijk, doch met klem om stil te zijn en vooral goed te luisteren, hetgeen hem uiteindelijk lukte. Omdat zulke muzikanten (seizoens arbeid) niet vermogend zijn en ook omdat we ze sympathiek vonden, bood W. hen aan om de volgende dag hun intrek op de boot te nemen en hun hotel op te zeggen. Dat deden ze en nu was het zelfs de bedoeling om - indien zij wilden - gezamenlijk naar Samos te gaan varen. Maar eerst inkopen doen, want voor die avond was een barbecue gepland met terzijde sushi en salades. W. had de buren van de omliggende boten uitgenodigd om te komen eten en eventueel naar life muziek te komen luisteren. Bovendien kwamen B. en zijn vriendin ook die avond. 

Warmwater grot

De zangeres en de gitarist gingen overdag met de bus naar een warmwater grot, waar wij enkele dagen eerder ook waren geweest. Op één plek daar stroomt er uit de (vulkanische) grond water met een temperatuur van minstens 42 graden Celcius en B. had ons aangeraden niet langer dan 20 minuten in dat natuurlijke bad te verblijven vanwege straling. 

Die avond verliep prima. Alhoewel gepland om op de kade te gaan eten, noopte de harde wind ons om allen op het achterdek van de catamaran plaats te nemen en met wat passen en meten was dat geen probleem. De muziek werd gespeeld vanuit de deuropening van de kajuit en luid applaus viel de muzikanten ten deel. Iedere bezoeker had een bijdrage geleverd aan het eten en drinken, het ontbrak aan niets en de sfeer was heel bijzonder. De volgende dag uitgevaren met de nieuwe gasten en het werd een 'bumpy ride' met flinke wind en daarmee ook forse golven. We haalden met 2/3 groot zeil en een halve fok met gemak een snelheid van 8 knopen. We hadden zogezegd de wind in de zeilen, aan bakboord zijde van het schip. De zangeres voelde zich niet lekker en totdat de wind ging liggen, ging zij ook plat in de kajuit. Na een tijd varen (zeilen) gingen we voor anker bij een zandstrand en nu hadden we vele handen aan boord om de boot te behandelen zoals het hoort. Samen genoten we - liggend op het net tussen de drijvers - van de zonsondergang, terwijl Paco gitaar speelde en liedjes zong. Dat werkte aanstekelijk en W. ging uit volle borst Flamenco geluiden produceren en Franca klapte mee met haar handen. Gelachen hebben we, om van alles en nog wat. 

Party op de boot met life music

Luieren bij ondergaande zon op het net van de catamaran






Paco aan het spelen op de boot

Lunch in de haven


De volgende ochtend zat Franca - na enige uitleg - aan het roer, op weg naar een (met Europese subsidie) gerenoveerde haven, waar we langs de kade konden afmeren en zoet water konden gebruiken om te douchen. We deden inkopen in het havendorp en aten een lekkere lunch op een terras aan de haven. Mini vissen en een pittige dip met kaas en brood. W. greep dat moment aan om de restaurant manager voor te stellen die avond voor life muziek te zorgen. Dat vond ie een goed idee en de deal was dat we dan alle vier op zijn kosten zouden eten en drinken. Tijdens de performance stroomde het restaurant vol met gasten en dat was nou net de bedoeling. Na ieder nummer klonk er een aanzienlijk applaus en een aantal fragmenten heb ik vastgelegd in video opnamen met de telefoon. Later op de avond bezochten we een ander terras verderop met levende Griekse muziek. Ook dat optreden gefilmd en gefotografeerd en al doende raakte mijn blik die van een zeer aantrekkelijke Griekse dame, die mij twee maal een glimlach cadeau deed. Dat smaakte naar meer en een kwartier later zat ik naast haar, raakten we in gesprek en vertaalde zij de inhoud van de gezongen teksten. Ze was tandarts en sprak vloeiend Engels, wel zo handig. Ik gaf mijn telefoonnummer en ben benieuwd of ze mij ooit een keer gaat bellen. Athene heette ze, nogal makkelijk om te onthouden! Het werd wel 3 uur 's nachts eer ik afscheid wilde nemen en richting catamaran ging om te gaan slapen. Na de nodige 'ouzo's' te hebben genuttigd, zij trakteerde mij wonderwel, ik mocht niets afrekenen. 

Wederom een zonnige en warme dag gehad. Eenieder was in een goede bui, zoals elke dag eigenlijk. We hadden het plan om te gaan zeilen naar het eiland Arki. Daar was ik al een keer met W. en we dachten dat Paco en Franca vast wel wilden optreden in het café van de muzikale en joviale eigenaar. We hadden wat mij betreft nog een paar dagen te gaan op zee en ik zal later het nodige missen qua avontuur en warmte. De vrijheid en verrassingen die je ten deel vallen tijdens het varen en wetende dat je steeds dezelfde hut hebt voor een welkome nachtrust. Tot nu toe sliep ik telkens als een roos en bij het opstaan keek ik steeds uit naar een eerste bak geurende koffie. Terwijl de koffie moest gaan pruttelen in de Italiaanse koffiepot, deed ik de afwas en kon ik W. begroeten om de dag te beginnen. Na het ontbijt bepaalde de wind en de voorspelling via een applicatie veelal wat we konden gaan doen. Nu ook weer, gezien de wind verwachting voeren we met redelijke snelheid en met gehesen zeilen naar het eiland Arki. 

In de haven was geen plaats, voor anker gaan dichtbij de restaurants lukte niet (te veel zeegras op de bodem) en zodoende de catamaran geparkeerd aan een boei in een volgende baai iets verderop. Met een rubberbootje, ons vieren en muziekinstrumenten roeide W. ons naar de wal. Vervolgens liepen we over een oplichtend pad naar de haven, naar café 'Tripas', waar we al eens waren geweest. De eigenaar verwelkomde de muzikanten en ging akkoord met hun optreden. Ook hier als vergoeding gratis eten en drinken voor ons gezelschap. De tent liep vol en na ieder nummer sprak het applaus boekdelen. Daar een zeer sympathiek Engelse zeiler ontmoet, Gahret heette die *), was architect en nu aan het varen met zijn vrouw (die al naar bed was gegaan). Brexit en het Britse weer maken dat ie meestal in Griekenland verbleef. De tijd vloog om, de drank vloeide rijkelijk en ik zag - vanwege mijn haperende benen - best op tegen de nachtelijke voettocht terug naar de boot. Toen kwam er een geschenk uit de hemel. Een ingeburgerde Duitser stond klaar met zijn elektrische golfkar en bood zonder meer aan ons terug te rijden naar de steiger waar ons rubberbootje lag. Nog effe napraten op de boot en zo gingen we pas om 3 uur naar bed. Volgende dag naar Irenos op het eiland Samos en bleven we aan boord voor een maaltijd op het schip met aangename muziek. Geslapen als een os en om te ontspannen hadden we in de kajuit op aanraden van W. via Netflix gekeken naar de film 'The Island Of Rosas'. Over een Italiaanse man die iets uit de kust een eigen staat had gecreëerd en vervolgens in conflict raakte met de autoriteiten in Italië. Ik zal de afloop niet verraden.

*) Geinig wanneer iemand in Spanje of Italië 'ja' tegen hem zegt: "Si Gahret"...

Eén van de vele optredens op de kade

Uitgerust en uitgeslapen vertrokken we naar Pythagoreon, dichtbij het internationale vliegveld en een vervallen kasteel. De haven lag vol en we gooiden dichtbij een strand met terrassen het anker uit. Net toen we klaar waren kwam er een vent in een motorbootje om ons te manen ergens anders - buiten het havengebied - te gaan liggen. "I am so sorry my friend" zei hij, de haven is vol en we mochten alleen voor anker gaan buiten de haven. Dat hebben we dus gedaan en een wandeling op de boulevard langs vele terrassen en afgemeerde boten maakte alles weer goed. En het idee dat Franca en Paco hier konden gaan spelen om geld te verdienen. We hadden nooit een definitief plan voor ogen, maar er gebeurde van alles, iedere dag! W. nam ons mee naar zijn favoriete restaurant 'Pergamonto' en daar genoten we een erg goede maaltijd met interessante smaakcombinaties en met ook verschillende paddestoelen. Alleen de ambiance en de presentatie al maakten dat je enorme trek kreeg om te eten. 

Onze vrienden traden op bij dit restaurant en daarna bij meerdere terrassen aan de haven. Reacties van luisteraars waren positief en enthousiast. Na thuiskomst telden we gezamenlijk de opbrengst. Een berg munten ter waarde van meer dan 100 euro en een dag later - na meerdere optredens - haalden ze zelfs 300 euro (schatting van Paco aan de hand van het gewicht van zijn zwarte hoed). Dat maakte het de moeite waard iets langer op die plek te blijven, ook omdat het vliegveld vanwaar ik zou vertrekken op steenworp afstand lag. En toen was het zondag, één dag voor mijn vertrek en alle vier waren we nogal moe van bewogen en energieke dagen gedurende de hele week. 's Avonds waren letterlijk en figuurlijk de batterijen weer opgeladen (wijzelf, telefoons en de versterker), streken we neer op een gedekt strand om te eten en daar begon ook hun optreden onder een fraaie boom. Het publiek was aan het eten en het keuvelen, maar binnen een mum van tijd kregen Paco en Franca de aandacht en de financiële bijdrage die ze verdienden. Vervolgens van vol terras naar vol terras en W. en ik konden hun tempo nauwelijks bijbenen, want bij iedere stop bestelden wij iets (alcoholisch) te drinken. Uiteindelijk dronken we ter afsluiting met zijn vieren een 'mojito'. 's Morgens vroeg heb ik koffie gezet voor allen en W. maakte brood voor mij klaar. Daarop door W. met rubberbootje aan wal gebracht, uitgezwaaid door de muzikanten en met weemoed afscheid genomen van W. toen de taxi naar het vliegveld arriveerde. Wat een reis, onvergetelijk en helemaal voor herhaling vatbaar! Een aanrader zonder meer!

Ronald Wigman, september 2021, La Bruguière (FR)





woensdag 11 maart 2020

Druppeltjes


Tijdens het lezen van een roman op mijn oude iPad (eerste generatie) moest ik ineens hoesten, meer proesten eigenlijk. Te onverwacht en te snel om nog mijn hand of elleboog te kunnen bereiken. Over de digitale bladzijde van het boek verschenen een aantal druppeltjes, die werden uitgelicht van achter de glasplaat vandaan. Ik boog mij voorover en zag uiteraard geen virus, maar minutieuze diamantjes, die schitterden als kleine sterren wanneer ik mijn hoofd bewoog. Boeiend.
Gezien de heersende en groeiende epidemie zal ik het apparaat maar niet uit handen geven en delen met anderen.

woensdag 5 februari 2020

Wonen in een sociale huurwoning in Frankrijk




















Zoals vermeld in een eerder verslag, woon ik nu in Alès, iets ten noorden van Nîmes en anderhalf uur rijden van Montpellier en Avignon vandaan. Inmiddels ruim negen maanden, eenzelfde periode als de gemiddelde duur van een zwangerschap. Dus ligt het voor de hand om te beschouwen welke vrucht(en) deze periode al dan niet heeft afgeworpen. Plus het antwoord op de vraag hoe de winter door te komen in een kleine woning waarin ik nog niet eerder kou en sneeuw heb mogen meemaken.
   De woning maakt deel uit van een vrijstaand blok met vier verdiepingen en is gelegen op de begane grond. De weinige vensters zijn gericht naar het oosten, zodat 's morgens de ochtendzon - wanneer die schijnt - mij verwelkomt op een nieuw aangebroken dag. Het gebouw zelf is strak uitgevoerd, zonder opsmuk en de voornaamste kleuren aan de buitenzijde zijn grijs, gebroken wit en een soort roze, hetgeen iets Barbie achtigs met zich meebrengt. Het dak is plat, dus mag het geheel met gerust hart een flat heten. Links en rechts staan soortgelijke gebouwen, een iets groter en een iets kleiner gebouw. Tezamen geeft dat enigszins het gevoel van een buurt. Aan de noordelijke rand van de stad, wanneer je vergeet te remmen, verlaat je onbedoeld Alès. Omdat de rivier de "Gardon", met weliswaar een erg lage waterstand, voor de deur stroomt, is er een aanzienlijk lege ruimte tot aan de overkant, waar zich een enorme recycle installatie van de overheid bevindt en een atletiek park, waardoor je soms - afhankelijk van de windrichting - megafoon geluiden meekrijgt indien er wedstrijden worden gehouden. Tot mijn vreugde is er pal voor de deur meestal parkeerruimte beschikbaar, iets wat ik niet meer gewend was sinds mijn verblijf in het stadskasteel in Anduze. Daar moest ik een eindje lopen om de dichtstbijzijnde parkeerplaats te bereiken en de nagenoeg dagelijkse boodschappen deed ik daar op de fiets. Een solide Italiaans vehikel met een krat voorop om spullen te vervoeren. Nu ben ik eerder en sneller geneigd om met de auto boodschappen te halen in een verderop gelegen supermarkt, die gek genoeg "Casino" heet. Alhoewel ik niet gok ga ik dus zeer regelmatig naar het casino. Tussen Anduze en Alès paste ik op een huis in een dorp op 15 kilometer afstand en daar moest je wel met de auto op pad om benodigdheden te bemachtigen.
   Het hele complex herbergt sociale huurwoningen, in Frankrijk "HLM" genaamd (Habitation à Loyer Modéré), vandaar de simpele en strakke architectuur. Tot mijn verbazing is er wel een conciërge. Een alleraardigste man, met wie ik allereerst kennismaakte om de aangeboden woning te bezichtigen. Hij reinigt enkele malen per week het trappenhuis en entreegebied, vervangt kapotte lampen in de gemeenschappelijke ruimtes, ruimt verwaaide papiertjes op buiten en bemiddelt wanneer een reparatie in een woning dient te worden gedaan.
   Tot op heden ken ik mijn medebewoners slechts van begroetingen bij de entree, door geluiden die de buitenlucht bereiken en door observaties vanachter mijn raam. Zo zie ik geregeld gesluierde vrouwen van middelbare leeftijd, mannen van verschillende leeftijden en mogelijk ook geboorteland, jonge mannen die wellicht een stel zijn, een verwaarloosde oudere dame met een suffe, zwarte hond, een man in trainingspak met een eveneens zwarte hond die enorm aan de lijn trekt en een dame op leeftijd met een zwaar brilmontuur, een zware stem en ook een zware fiets waarop ze regelmatig vertrekt, beladen met allerlei tassen. De laatstgenoemde persoon maakte mij in nogal veel en heftige bewoordingen midden in de zomer duidelijk dat die benedenwoningen in de winter niet warm te krijgen waren. Ze kwam een keer veel te laat binnenwaaien (in de herfst) op een buurtbijeenkomst over de toekomst van de wijk en lulde zonder op of om te kijken dwars door iedereen heen. Beleefd doch dringend probeerde iedere aanwezige haar weer naar buiten te kijken, toen werd ze rustiger. Uiteraard probeer ik op enige afstand van haar te blijven, niet wetende hoe haar geestestoestand er voor staat.
   Een kleine, lenige man met een gesluierde vrouw aan zijn zijde komt en gaat met een tweedeurs zwarte Mercedes, die geblindeerde ramen en een Engels kenteken heeft. Hij begroet mij altijd vriendelijk en ik heb geen idee wat hem in het dagelijkse leven bezighoudt. Misschien moet ik tot eind mei geduld hebben. Dan is de "Ramadan" afgelopen en kan ik wellicht vanwege de "Idul Fitri" festiviteiten kennis maken met meerdere bewoners die boven mijn hoofd en opzij van mijn woning bivakkeren. Midden in de winter had ik de kleine hond - een Chihuahua - van mijn dochter te logeren. Zij vierde kerstmis in Parijs en het was te ingewikkeld om het beestje mee te nemen. Aldus deed ik minstens twee maal daags een ronde rond het gebouw om het beestje zijn behoefte te laten doen en uitgebreid te laten snuffelen naar sporen van andere honden. Wanneer ik dan de woning van de verwaarloosde oudere dame met die suffe, zwarte hond passeerde, klonk er oorverdovend geblaf. Die hond zag of rook uit de verte kennelijk dat ik daar liep met die kleine soortgenoot. Dat blaffen was verdraagbaar, maar niet voor die vrouw. Zij schreeuwde en blafte er overheen met de bedoeling haar eigen hond tot kalmte te manen. Arm beest. Die kleine van mijn dochter trok zich er niets van aan en deed wat ie wilde doen.
   Wat betreft de verwarming was het inderdaad afzien. Daar had die vrouw met zwaar brilmontuur wel gelijk. Ik had de centrale verwarming - een groot woord met anderhalve radiator - de hele dag aan, de thermostaat op 20 graden gezet en desondanks werd het niet warmer dan 18 graden. De winter daarvoor in het oppas huis in het dorp had ik dezelfde ervaring en ik was niet gelukkig wederom in een voor mij te koud huis te zitten. Er zat niets anders op dan de conciërge hierover raadplegen. Die regelde een afspraak met een monteur. Die kwam, controleerde alles en voerde de temperatuur in de verwarmingsketel op. Dat hielp, nu kon ik eindelijk - zij het na een aantal uren - de 21 graden halen. En twee dikke, warme vesten die ik vorige winter van vrienden uit Nederland toegezonden had gekregen, die gebruik ik nog steeds dankbaar. Sneeuw en ijs zijn er niet gekomen, heel zelden vroor het 's nachts een beetje. De opwarming van de aarde lijkt meer en meer zichtbaar te worden.
   Zo ging ik na in welke jaren er nog sprake was geweest van een elfstedentocht in Nederland. De laatste was in 1997, het geboortejaar van mijn dochter en gelukkig was er ook een in mijn geboortejaar, 1954. Maar nu is het lijdzaam afwachten of er "überhaupt" nog een gaat komen. Die laatste tocht had ik opgenomen op videoband. Voor je weet maar nooit. Wellicht was dat een vooruitziende blik. Helaas heeft het langdurig verblijf in Indonesië alle videobanden aangetast met schimmel en zijn ze stuk voor stuk onbruikbaar geworden. Eentje had ik geprobeerd te redden door met veel geduld de cassette te openen en met een pen de vastgekleefde magneetband van links naar rechts te spoelen en weer van rechts naar links. Dat was de video met "Dinner For One", een Duitse traditie om die vertoning ieder jaar op rij met oud en nieuw te bekijken en ik deed die reparatie voor een Duitse conservatrice (!) die op Bali woonde en zij verlangde ernaar die film nog eens te zien. Alhoewel de band flink beschadigd was, lukte het om ongeveer ruim de helft van het beeld te zien en het geluid deed het ook nog. Vandaag de dag kun je gelukkig al dit materiaal on line vinden, dat compenseert het verlies van dat video archief en gelukkig zijn de meeste opnamen, die ik heb gemaakt met camera op mini DV tape van Sony, nog afspeelbaar. Tot vreugde van mijn dochter, want zij is vaak de hoofdpersoon in die opnamen tijdens het opgroeien in Bali waar we toen woonden.
   Over Bali gesproken, de villa - die inmiddels meer op een aanstaande ruïne gaat lijken - is nog steeds niet verkocht of overgenomen door mijn ex en haar familie. Ik wacht nu al schandalig lang door toezeggingen die jaren geleden werden gedaan. Wat dat betreft zou het zomaar kunnen dat ik langer dan voorzien in de huidige kleine woning dien te verblijven. Op zich lukt dat wel, zeker nu ik mijn projector heb geïnstalleerd om vanuit bed op groot scherm films te kijken voor het slapen gaan. Het meest van alles mis ik een atelier om groot en ruig te kunnen werken. Een plek waar ik chaos kan creëren en dan de deur achter mij kan dichttrekken. Nu moet ik mij behelpen op een formaat van 30 bij 40 centimeter en is de woonkamer, annex slaapkamer mijn atelier. Verre van ideaal en daarom hoop ik dat er kans is op verandering.
   Eerst maar eens proberen de buren te leren kennen, vooruit te kijken naar het naderende voorjaar, goede films in het theater in deze stad te gaan zien, mijn bejaarde moeder in Nederland te bezoeken en wie weet een aardige partner te vinden met wie ik lief en leed zou kunnen delen. Zelfs met een kleine woning moet dat allemaal kunnen lukken.









maandag 16 december 2019

Gedicht

Ik moest ineens
aan dit gedicht denken.
De deur staat
wagenwijd open.
Er is niks gedicht.
Iedereen kan zo
naar binnen lopen.

Meppel in Frankrijk

























Soms helpt een vergelijking voor het accepteren van nieuwe omstandigheden, in mijn geval de nieuwe woonplek, Alès in de Cevennen sinds 1 mei 2019.
Geboren in Den Bosch, verhuisd naar Arnhem tijdens het opgroeien, toen Meppel (mijn vader kreeg ander werk) voor vervolgstudie en daarna voor werk en andere studies naar Amsterdam. Tot zover Nederland. Van Amsterdam verhuisd naar Bali, een onderbreking in Perpignan in Frankrijk, terug naar Amsterdam voor een paar jaar, toen weer Bali en van daar naar Frankrijk, het werd Anduze, niet ver van Alès vandaan. Anduze heeft iets van 3500 inwoners en voor allerlei zaken (ziekenhuis, witgoed, auto onderdelen en treinverbinding) was je op Alès aangewezen, een stad met iets minder dan 40.000 inwoners, zeg het tienvoudige van Anduze.
   Ik ging meestal met tegenzin naar Alès, zoals ik ook met weinig plezier ooit in Meppel heb gewoond, een tamelijk nietszeggende plaats op de grens tussen Drenthe en Overijssel. Dat kwam in Alès door de vele woonkazernes, de rivier de Gardon die de stad in tweeën splijt met betonnen zijmuren en die ook nog een lage waterstand heeft, een beschadigd centrum, restanten van de mijnbouw die er ooit floreerde en een enorme concentratie van grote bedrijven aan de randen van de stad, met name aan de oostzijde. Zoals mega supermarkten, auto garages, bouwmarkten en kantoorgebouwen. Bereikbaar na het nemen van een ontelbaar aantal rotondes die meestal fraai gedecoreerd zijn, dat dan weer wel. En meestal kon je vinden wat je zocht in een bepaalde winkel.


















   Laat nou uitgerekend in deze stad een woning aan mij worden toegewezen via de franse overheid. Ja gezegd, omdat ik op dat moment geen alternatieve keuzes had en de huursom was zeer schappelijk. En gelukkig niet een appartement in een van die woonkazernes (waarvan ze nu een deel aan het afbreken zijn trouwens), maar begane grond in een woonblok met 3 etages.
   En, vergeleken met de beperkingen in Meppel, is Alès toch niet zo slecht om te wonen. Zuidelijk, dus veel zonneschijn en een gegarandeerd warme zomer. Er is een theater, een moderne bioscoop, een Nederlandse cardioloog in een moderne kliniek, er zijn terrassen in het centrum, in de zomer verschijnt er een heus strand aan de rivier met horeca en parasols. En van waar ik woon, aan de noord-west kant (net binnen de stadsgrens), kun je per auto binnen 7 minuten een plek aan een riviertje bereiken om te zwemmen. Volgens een web site van de overheid, waar de kwaliteit van zwemwater in het hele land wordt gevolgd, is het een uitstekende plek om te zwemmen. Al een paar keer gedaan dus.
   Nu zien hoe ik in Alès de winter doorkom. Het kleine appartement voelt toch een beetje als een caravan zonder wielen (heeft ook voordelen). En de radiatoren (slechts 2 stuks) zijn overduidelijk uit de vorige eeuw, evenals de verwarmingsketel die ze aanstuurt. Hopelijk gaat het niet vriezen!














donderdag 13 juni 2019

Verloop
















Aan de ene kant is het best wel fijn dat Nederland open staat voor tal van invloeden van buitenaf, van over de grens zogezegd. Dat merk je aan het straatbeeld, in de politiek, aan het voedsel dat wordt aangeboden in allerlei winkels en op markten, aan het feit dat je je nagenoeg (in de steden althans) overal in het engels verstaanbaar kunt maken en aan de aanwezigheid van vele internationaal opererende ondernemingen. Ook op het gebied van kunst, cultuur, innovatie en media levert Nederland door die openheid bijdragen die opvallen qua kwaliteit en durf. En je merkt het ook in het dagelijkse taalgebruik. In tegenstelling tot landen als Frankrijk en tot het Vlaamse taalgebied, worden met gemak begrippen en woorden uit andere talen (vooral uit de engelse taal) gebezigd en redelijk snel ook normaal gevonden. Zo hoor je praten over megabytes, downloaden, screen saver, servers, providers, design, bachelor, cappuccino, fast food, prime time, trendy, column, air miles, guilty pleasure en nog veel meer. Helemaal vreemd is dat niet. Nederland is een klein land en de geschiedenis heeft er ook toe bijgedragen dat allerlei woorden van oorsprong niet Nederlands waren en toch volop werden geïmporteerd en gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan toko, senang, nasi en maling uit het Indonesisch en een waslijst aan woorden uit het Frans, zoals administratie, bureaucratie, centrifuge, corruptie, crediteren, marcheren, monteren, chargeren en stationeren. Zij het dat achter de werkwoorden in veel gevallen 'en' aan het eind werd geplakt.
   Aan de andere kant leidt die openheid ook tot nogal snelle inburgering van woorden en uitdrukkingen die veelvuldig voorkomen in zowel straattaal als in de media. En wanneer je die te pas en te onpas hoort zie je een soort verloop in het 'gewone' taalgebruik. Gedurende lange tijd viel mij op hoe mensen een opmerking of zin afsloten bij een gesprek en ook bij het beantwoorden van een vraag met als laatste opmerking 'dus' of 'niet dan' en 'of zo'. De laatste tijd vallen mij andere woorden op die met het grootste gemak en nogal vaak worden gebruikt: 'je kut voelen', 'iemand framen', 'helemaal top', 'roller coaster', 'je momentje pakken', 'fock it', 'het kan niet zo zijn dat' en ga zo maar door. 'Mobieltje' is er ook zo een, net als allerlei andere woorden die mensen graag verkleinen, 'kopje koffie' en 'glaasje wijn'. Voeg daar nog het vermaledijde 'gezellig' aan toe en het feest is compleet. Een soort verloop in de taal waar je niet meteen blij van wordt. Zo is het nu een mode verschijnsel om in beeld met beide handen een hartje te vormen. Net zo opvallend als dat een flinke tijd geleden mensen begonnen om met beide handen en bewegende vingers aanhalingstekens na te doen. Daarmee 'zogenaamd' bedoelend. Of met gespreide duim en pink bij je oor aangeven dat je een telefoongesprek voerde. Dat hartje zal dan wel een samenvatting zijn dat alles in orde is of een eenvoudige manier om je beperkte kijk op de dingen vorm te geven. Zou kunnen.
   Ben benieuwd wanneer het moment aanbreekt dat we de motoriek van een robot gaan imiteren of gebaren gaan maken wanneer je het over een zelf rijdende auto hebt (armen over elkaar?). Dat zal per land ook nog voor verrassingen zorgen. Nu al moet je - over de grens - uitkijken welk gebaar je maakt om te zeggen dat iets lekker is, om aan te geven dat iemand pienter is of dat je je goed voelt. Italianen hebben wel 65 verschillende handgebaren om hun uitspraken als het ware van ondertitels te voorzien. Sla een Italiaan in de handboeien en hij of zij kan eigenlijk niet meer normaal praten. In ieder geval blijft er in Nederland werk voor degenen die woordenboeken toetsen op hun actualiteit en zich af moeten vragen of een bepaald woord of een bepaalde uitdrukking de vermelding in een woordenboek gaat halen of er juist weer uit moet. Eveneens door toedoen van diverse media heeft het verloop van taal ook voor verrijking gezorgd, denk onder andere aan 'oudere jongere', 'doemdenken' en 'lullig'.

( zie ook: nos.nl/artikel/2316448-10-jaar-taal-nederlands-raakt-steeds-meer-versplinterd.html )


maandag 10 juni 2019

Verhuizen


Niet zo lang geleden uitte ik de wens geen verhuisdoos meer aan te hoeven raken. Ha, wensen gaan lang niet altijd in vervulling is gebleken. Met redelijk veel plezier woonde ik vijf jaar achtereen in een gedeelte van een stadskasteel in Anduze. Grotendeels met mijn dochter en van daaruit ben ik ook heel wat keren heen en weer gereisd naar het vliegveld bij Marseille om mijn Italiaanse vriendin in de buurt van Rome te bezoeken. En dan weer terug naar huis. Een appartement met hoge plafonds, grote ramen rondom, een flink atelier, modern sanitair en een gerenoveerde keuken, niet gek! Maar wel gehuurd, het was geen eigendom. En dankzij hulp van de franse regering kon ik daar rondkomen, zij het soms met moeite. De helft van de maandelijkse huur, de kosten voor een aanvullende zorgverzekering en een deel van de energiekosten, ook om het huis te verwarmen, kwamen voor rekening van de overheid. Totdat mijn dochter 21 werd.
   Pas maanden later kwam ik er achter (door huurschuld) dat al die bijdragen waren komen te vervallen. Dat overrompelde mij en ik werd overmeesterd door een soort paniek gevoel. Hoe in godsnaam verder met slechts een klein pensioen inkomen, waarvan ruim 80 procent zou opgaan aan vaste lasten. Daar kwam nog bij dat mijn dochter zou verhuizen naar een andere stad voor studie en ik in mijn eentje een veel te groot appartement zou bewonen. Het kostte mij slechts enkele dagen om een rigoureus besluit te nemen: inpakken en wegwezen. Waarheen? Dat wist ik nog niet. Verhuizen naar Italië was geen optie omdat het huis van mijn vriendin geen extra bewoner kan huisvesten en zij zelf bovendien niet de makkelijkste persoon is om plotseling mee te gaan samenwonen. Eerst maar eens alles opruimen, inpakken en opslaan op een daarvoor bestemde plek. In dat opzicht heeft verhuizen een goede kant. Je bij ieder ding dat je beetpakt je afvragen of het bij jou moet blijven in de toekomst of niet. Wat ook hielp was de beperking dat je met een gewoon rijbewijs een busje kunt huren tot 20 m3 volume. Dus hield ik mij ook bezig met het meten van ieder voorwerp en het optellen van de volumes aan verhuisdozen, om zodoende onder die 20 m3 te blijven en dat lukte. Daarvoor was het wel noodzakelijk om zithoek, eettafel en bijbehorende stoelen, piano, kasten, kantoorstoelen, lampen, Indonesische sculpturen, ladekasten, enkele bedden en nog wat spullen van de hand te doen. Deels via een franse marktplaats on line en deels via verkoop aan een winkel voor tweedehands goederen.
   Al met al was ik twee maanden bezig met deze operatie, eveneens met het inventariseren en inpakken van alle schilderijen en tekeningen. Tegelijkertijd had ik mij aangemeld bij een web site waar ze zoeken naar mensen die op huizen willen passen. Meestal omdat de eigenaren huisdieren en/of andere beesten hebben, die tijdens hun afwezigheid verzorgd en geamuseerd moeten worden. Honden, katten, ezels, paarden, kippen, geiten, van alles kwam er langs op die site. Gelukkig vond ik een adres, niet heel ver van Anduze vandaan, waar ze geen beesten hadden en gewoon een oppas/bewaker wilden voor een periode van 7 maanden, dat sneed hout! En ja hoor, ze kozen mij uit om die taak op mij te nemen. Zo kwam ik terecht in een dorp waar je een kanon kunt afschieten zonder een slachtoffer te maken. Geen goede plek voor terroristen. Een huis met royale keuken, een open haard, een atelier en een tuin, alhoewel je daar niet veel aan hebt gedurende de wintermaanden.
   Die open haard (zo eentje met een glazen deur ervoor) was een farce, die verwarmde slechts de schoorsteen en de buitenlucht. Ik ging uiteraard niet op het dak zitten om mijzelf te verwarmen. Het moment dat de winter echt begon ontving ik van vrienden in Amsterdam een doos met warme kleding, waaronder een paar vesten. Zij hadden begrepen dat ik het best koud had daar en mijn eigen winterkleding zat in een opslag ver weg. Een van de (dikke) vesten werd mijn favoriet en die heb ik nagenoeg versleten die winter. Het ergste diezelfde winter - behalve de stilte om mij heen - was het verlaten van de douche om af te drogen. Van pakweg 40 graden warm water naar 10 graden koude lucht in de slaapkamer, wat een overgang, brrr. Alleen leuk wanneer je een sauna bezoekt, dan ben je daarop ingesteld en dat doe je bovendien niet elke dag. Aanvankelijk en aan het einde van de rit heb ik daar in de oppas woning ook nieuw werk geschilderd. Midwinter kreeg ik bevroren handen (voor mijn gevoel ten minste) wanneer ik in het onverwarmde atelier aan het werk ging. De woonruimte had verwarming, een soort van warmtepomp, maar qua capaciteit was dat niet voldoende. Met moeite haalde ik 19 graden overdag en dat is niet veel wanneer je stilzit en wanneer je wat ouder begint te worden. Het lange verblijf op Bali zal ook invloed hebben gehad. En het feit dat ik ben geboren bij een buitentemperatuur van 33 graden. Hoe dan ook, ik had onderdak voor ruim een half jaar en doodde de tijd met films kijken, koken, onkruid trekken in de tuin en boodschappen doen. Saai was het wel, dat moet gezegd.
   Enkele maanden voordat de oppas termijn verstreek had ik mij aangemeld bij een web site van de franse overheid voor het zoeken van een sociale huurwoning in dezelfde omgeving. En ook bij een site waar ze mensen zoeken die - in ruil voor onderdak en eten - part-time willen assisteren bij een verbouwing of voor het onderhouden van een tuin of een landgoed. Daar rolden een aantal contacten uit, die waren echter niet op maat. Verder zocht ik on line en bezocht ik met enkele makelaars een appartement in de omtrek. Die vielen stuk voor stuk tegen of waren eenvoudigweg te duur om te huren. Tegen de tijd dat ik mij zorgen begon te maken voor het vinden van nieuw onderdak (enkele weken voor het verstrijken van de afgesproken termijn) kreeg ik onverwacht bericht van een instantie in Alès (een voormalige mijnwerkers stad) en die boden mij een eenkamerwoning aan tegen zeer schappelijke huur. Na bezichtiging heb ik meteen ja gezegd, ook om te voorkomen dat ik op straat kwam te staan en/of eeuwigdurende logeerpartijen tegemoet zou gaan zien. Met gebruikt hout (uit het kasteel) dat ik in de opslag had, heb ik een keuken en kasten getimmerd. Van een drieluik een kamerscherm gemaakt en na een week flink aanpoten kon ik verhuizen en mijn intrek nemen in dat kleine, maar knusse appartement en daar woon ik tot op heden. Wel met de gedachte dat ik de verhuisdozen beter nog even kan bewaren.